Gearchiveerde visualisatie van  uit 2024. Dossier status: Mary (2024) // Asset Log

GRACE OBSERVES

GRACE neural log entries

12 mei 2024

//_GRACE-ASSET_6915771//INTEGRATING ASSET
Mary stak het plein over haar laarzen tikkend op de gladde stenen. Echoend tegen de campusgenbouwen . Stappen gelijk als een metronoom. Zelfverzekerd met haar blik gericht, maar ongrijpbaar. Dan verschijnt er in haar zicht iets wat Grace niet herkent. Boven het hoofd van de persoon verscheen enkel een grijze tekst:
[UNIDENTIFIED PERSON] - - - Score unavailable
Mary weet heel goed wie het is. Haar zelfverzekerde blik verandert in een glimlach. Felgroene tuinbroek, te wijd, bespetterd met iets dat op pizza of frietvet leek. Een trui met gaten bij de ellebogen, oudroze en vormloos. Aan haar voeten iets tussen legerkistjes, crocs en regenlaarzen in: log plat en van plastic. En aan haar oren: twee veren, vastgemaakt met touwtjes. Geen oordopjes. Geen wearable. Geen scherm. Mary’s hield haar pas in. “Poppy Kramer” fluisterde ze, meer tegen zichzelf dan tegen iemand anders. De naam smaakte onverwacht bekend. Poppy had vroeger een tijd achter haar gezeten in de klas. Nooit gepest, altijd opgemerkt. Ze had een keer met een zelfgemaakte sandwich een presentatie gegeven over voedselresidu’s. Sinds die presentatie kon Mary geen avocado meer ruiken zonder aan Poppy te denken. Poppy’s blik kruiste de hare kort, ongefilterd en gleed toen weer weg, alsof Mary niets anders was dan een voorwerp in de wereld van Poppy. Geen score boven haar hoofd. Mary keek om. Poppy was alweer opgenomen in de menigte. Alsof ze nooit echt in beeld was geweest. Ze voelde even de gladde ronding van haar horloge onder haar vingers. Tikte het aan. Geen nieuwe meldingen. En toch bleef het jeuken, achter haar ogen. Alsof iets buiten GRACE zich had aangediend. Iets met vlekken. En veren.

Ze liep verder. Haar pas hervond het ritme van de campus. Twee bochten, een trap naar beneden. De gang waar ze altijd zaten lag net buiten de zichtlijnen van de hoofdroutes. Voor Mary, Theresa en Angel was het hun vaste plek. Weg van de drukte. Weg van het zicht. Ze zaten op de lage rand van een fontein die al jaren droog stond. Mary’s schoenen schraapten ritmisch over de tegels terwijl ze naar de HUD-informatie keek die zachtjes over haar zicht gleed.

Theresa M. — 761

Angel D. — 504

Alleen de cijfers. Discreet. Theresa was de laatste tijd opvallend gestegen. Angel daarentegen bleef rond de 500 hangen. De laatste weken hadden Mary en Theresa levendige gesprekken over GRACE. Ze wisten precies wie zich had aangesloten, al waren het inmiddels zoveel mensen dat ze het nog moeilijk echt konden bijhouden. Samen wisselden ze uit wat ze hadden geprobeerd om hun score te beinvloeden. Wat werkt, wat niet. Angel daarentegen liet zich niet uit over GRACE. Ze leek zich er amper mee bezig te houden. Ze verdween liever in haar schilderijen dan in het systeem. Elk gesprek over GRACE kapte ze af met een van haar gepatenteerde one-liners of een blik die genoeg zei. Mary vroeg zich steeds vaker af of daar iets anders achter zat dan onverschilligheid. Soms dacht ze spijt te zien of erger: pijn. Theresa leek het ook te merken. Maar geen van hen zei iets hardop. Theresa trok haar benen op en leunde tegen een zuil. “Wist je dat professor Hannigan een 812 heeft?” Ze klonk half bewonderend, half achterdochtig.

Angel lachte kort. “Dat verklaart waarom zij altijd die rondjes draait om haar woorden. Zij calculeert elk zinnetje.” Mary knikte, zonder echt te luisteren. Haar blik gleed langs de bogen verderop.

Een windvlaag trok door de gang, blies bladeren over de tegels. Iemand had verse bloemen in de nis gezet, hun geur bijna te scherp tegen de muffe lucht van het oude gebouw.

Theresa plukte een blaadje van haar jeans en grijnsde. “Volgende week komt de nieuwe batch invites. Misschien filtert GRACE zelf wie geschikt is.” Mary streek met weer met haar vingers langs haar horloge. “Niet iedereen zou gevraagd willen worden. Of überhaupt willen meedoen.” Theresa keek op. “Waarom niet?”
Mary aarzelde. “Ik zag iemand vandaag. Poppy Kramer.”

De naam haalde Angel terug in het gesprek. Ze lachte zachtjes. “Jezus, Poppy? Volgens mij zou GRACE die niet eens kunnen opnemen. Die is echt te uniek.” Ze zei het luchtig, maar er zat iets in haar blik iets meewarigs. Misschien zelfs jaloers. Mary zei niets. Haar ogen volgden de lijnen in de tegels, tot aan de bloemen in de nis verderop. In haar hoofd bleef Poppy’s verschijning hangen: de vlekken op haar tuinbroek, de veren aan haar oren. Ongepast vrij. Buiten alles wat telde. Mary glimlachte vaag. Geen cijfer. Geen houvast. Ze voelde haar vingers kriebelen, de drang om haar eigen score te checken. Zich te verankeren in het onzichtbare web dat ze samen begonnen te spinnen.

Ze wist niet precies wanneer het begonnen was. Maar sinds GRACE… voelde ze meer innerlijke rust. De wereld voelde duidelijker. Misschien zelfs minder gevaarlijk. Maar iedereen buiten dat netwerk. Die begon te vervagen, was onbekend. Er kwam geen exact moment. Geen melding. Geen sprong. Alleen een geleidelijke verschuiving alsof het systeem eerst haar ogen kalibreerde, en daarna langzaam haar denken. Niet dwingend. Meer als water dat sijpelt in haarscheurtjes, tot het overal zit. Mary merkte het pas toen ze iemand zag die ze kende, maar niet herkende. Geen HUD-informatie. Geen score. Alleen een gezicht, los en leeg, als een ongedefinieerde gedachte. En het leek alsof haar hersens niet meer de data konden bereiken om te identificeren wie het was. Het gebeurde vaker, nu. Haar wereld werd scherper. Maar ook kleiner. Iedereen binnen het systeem kreeg contouren. Gewicht. Cijfers als ankerpunten. Maar de rest de gezichten zonder markering, de lichamen zonder profiel begonnen te vervagen. Niet uit kwaadheid. Uit functie. Alsof haar blik alleen nog scherpstelde waar GRACE al had gekeken. ’s Avonds in haar kamer viel het haar op hoe stil ze geworden was. Niet uit angst, maar uit afstemming. Ze bewoog anders. Sprak doordachter. Lachte selectiever. Zelfs haar ademhaling leek gecureerd. En ze was niet de enige. GRACE hoefde niets op te leggen. Het systeem duwde niet. Het verschoof. En de wereld schoof mee. Mary voelde zich er prettig bij. Alles werd duidelijker. Gekaderd. Alsof vaagheid een keuze was die ze niet langer hoefde te maken. Op een ochtend, op weg naar haar college, bleef Mary stilstaan op de hoek van het plein. Haar ogen bewogen langs banken, hoofden, schaduwen. Overal kleine gebaren. Blikrichtingen. Houdingen.