Theresa zat al op de bank toen ik binnenkwam. Angel kwam vanuit de keuken, vrolijk als altijd, met drie mokken in haar handen, alsof ze gewoon thuis was.
“Ik heb kamillethee gemaakt,” zei ze. “En water. Altijd goed.”
Ik trok mijn jas uit, hing hem over de stoel en bleef even staan.
“Ik ben ergens geweest,” zei ik.
Ze keken op.
“Ik mocht meedoen aan iets. Voor de overheid. Of, eigenlijk… voor GRACE. Een beoordelingsmodule. Ze selecteren studenten voor de eerste fase.” Theresa fronste. “Op basis van wat?” Ik opende mijn mond, sloot hem weer. “Mijn cijfers… denk ik. Of mijn profiel. Ik weet het eigenlijk niet. Er stond alleen: geselecteerd. Niet waarom.”
Angel kwam op de leuning van de bank zitten, haar wenkbrauw opgetrokken.
“Ze gaven je geen reden?”
Ik schudde mijn hoofd. “Nee. Alleen een melding. ‘Geclassificeerd als geschikt.’ Dat was alles.” Theresa leunde naar voren. “En jij dacht: top, ik ga meteen mensen beoordelen?”
“Het ging snel,” zei ik. “Het voelde… alsof het al besloten was. Alsof ik gewoon hoefde te verschijnen.” Angel hield haar hoofd een fractie schuin. “En dat vond je niet raar?”
Ik glimlachte ongemakkelijk. “Misschien. Maar ook een beetje… eervol. Alsof ze iets in me zagen wat ik zelf nog niet helemaal snap.”
Theresa zuchtte. “Of iets wat jij niet mág snappen.” Angel tikte met haar nagel tegen de rand van haar mok. “En wat moest je dan doen?”
“Situaties bekijken. Mensen beoordelen. Niet persoonlijk — gewoon gedragsclassificaties. Ze willen dat we samen de norm bepalen. Wat is veilig, wat is afwijkend. Geen straffen of zo, alleen signalen.”
Theresa schudde langzaam haar hoofd.
“Maar wie beslist dan wat afwijkend is?”
“Wij dus,” zei ik. “Dat is juist het mooie. Het zijn geen algoritmes die dat doen. Mensen zoals ik, zoals wij. We zorgen samen voor een veiligere samenleving.”
Angel’s blik werd zachter, maar bleef scherp. “En als jij iets als ‘risico’ markeert… wat gebeurt er dan met die persoon?”
Ik haalde mijn schouders op.
“Ik weet het niet. Misschien niks. Misschien alleen advies.” Theresa’s stem klonk matter dan ik verwachtte. “Als genoeg mensen klikken, is advies net zo definitief als een vonnis.” Ik zei niets. Mijn vingers sloten zich iets steviger om mijn mok.
Een oude MAGA-mok, vervaagd, alsof iemand geprobeerd had het logo eraf te schuren. Iets van Theresa’s vader waar ze absoluut niet trots op was. Angel had hem expres achter uit de kast gevist.
Ik wist dat ze allebei keken. Dat er iets in de lucht bleef hangen. Een vraag die ik niet beantwoordde, omdat ik de afloop al vermoedde.
Dus ik keek naar die mok. Alsof dat genoeg was. Alsof een blik omlaag kon verklaren wat ik zelf nog niet kon zeggen.
Alleen die situaties. Die keuzes. En de wetenschap dat ik iets had ingevuld. Dat iets misschien zou blijven bestaan.
Theresa schoof haar mok iets van zich af, haar blik scherp.
“Jezus, Mare… je gaat toch niet zomaar op een uitnodiging in zonder dat je weet wat het is? Voor je het weet zitten er daarbinnen een paar creepy types op je te wachten die hele andere plannen met je hebben dan wat vragen op een scherm.”
Ik trok mijn wenkbrauwen op, licht geprikkeld. “T, kom op. Ik ben niet achterlijk.” Maar het kwam er te snel uit. Te glad. En ik voelde het. Zij ook. Even hing het tussen ons in. dat ik het zelf ook niet helemaal zeker wist.
Angel trok haar knieën op en grijnsde zonder echt warmte.
“Soms twijfel ik daar wel aan, hoor. Lieverd.” Ik zuchtte, maar hield mijn mond.
De thee was inmiddels koud.
En ineens voelde het alsof ik iets had binnengehaald dat ik zelf niet meer helemaal begreep.