Gearchiveerde visualisatie van  uit 2024. Dossier status: Theresa (2024) // Asset Log

GRACE OBSERVES

GRACE neural log entries

7 maart 2024

//_GRACE-ASSET_D85135E//UNDEFINED

De regen tikt gelijkmatig tegen het raam. Theresa staat stil in het midden van haar appartement. Eindelijk iets van haarzelf. De muren strak wit, ze ruikt nog steeds de verse verf en bouwstof. In het warme licht lijkt ze iets van haar eigen orde uit te stralen: een zacht, gouden schild tegen wat buiten blijft.

Haar blik glijdt langs de kamer, alsof ze zichzelf herinnert wat er allemaal is.

Op de vensterbank: de plant met drie nieuwe bladeren, fris, aarzelend groen, te teer nog om echt te overleven, maar groeiend.

Theresa buigt zich naar het raam, tikt zacht met haar nagel tegen de potrand daarmee het ritme van de regen onderbrekend. Als ze het merkt trekt ze snel haar vingers terug.

Op tafel staat haar theekop met dun en gebarsten porselein. De lijmnaad zichtbaar, niet perfect, maar een herinnering van iets wat kapot is en waar ze toch aan vast wilde houden. Ze laat hem staan zoals hij is; een klein, trots litteken.

Boven de keukendeur hangt een kruisje. Ze raakt het zelden aan, maar haar blik rust er elke ochtend even op alsof ze controleert of het er nog hangt. De schroef recht in de strakke latex; een scherp contrast met het verweerde hout van jaren verhuizen. Ze weet dat ze het nooit zal wegdoen. Niet uit geloof, maar uit genade voor wie ze ooit was.

Aan de muur tegenover haar: Angel’s schilderij, een wilde botsing van kleuren die elkaar niet verdragen. Elke keer dat ze ernaar kijkt, voelt ze iets een mix van bewondering en jaloezie, om het lef waarmee het canvas weigert ordelijk te zijn.

Daarnaast, op het smalle kastje, staat Mary’s gouden kat, dat kleine irritante onvermoeibare ding dat blijft zwaaien. “Brengt voorspoed volgens de Chinezen”, had Mary gezegd toen ze het gaf. Een protserig ding, rood. Gouden pootje. Een goedkope prul. Het pootje tikt altijd ritmisch door de stilte: een hartslag van plastic.

De kamer is gevuld met het verleden en haar vriendschappen: geloof dat ze niet meer belijdt, humor die haar soms ontglipt, warmte waar ze naar hunkert. Samen vormen ze een kring van getuigen, zwijgend, maar aanwezig.

Ze glimlacht flauwtjes, trekt haar trui recht en ademt de warme lucht van de verwarming in. Twee graden boven het advies van 19 graden; twee graden rebellie en vrijheid.

Dan trilt haar tablet. Een videogesprek van Mary. Als ze opneemt blijkt dat Angel er ook is. Drie vensters, drie gezichten, drie werelden.

“Ik heb het gedaan,” zegt Mary.

Even blijft het stil.

De stilte is zó scherp dat het lijkt alsof iets in de lucht zelf meeluistert.

Theresa’s stem snijdt erdoor:

“Wat heb je gedaan?”

Angel giechelt. “Met wie??”

Theresa’s mond wordt een dunne lijn.

“Nee serieus, je hebt het gedaan? Wát precies?”

Mary zucht. “Niet dat, sukkels. GRACE. Ik heb het geïnstalleerd.”

Theresa’s blik glijdt naar het kruisje boven de deur, dat zacht glanst in het warme licht.

“O”, zegt ze, iets te snel. “Saai.” liegt ze. Direct gevolgd door een gevoel van jaloezie in haar onderbuik.

Mary lacht. “Nou, ik weet het niet. Tijdens het eten zag ik m’n ouders en Jules grote grijze kaders. Alsof ze niets belangrijks waren. Wat ik natuurlijk al lang wist,” ze grinnikt, “maar serieus, alsof ze er niet echt wáren.”

Theresa voelt de warmte van de verwarming langs haar enkels kruipen, maar toch voelt ze een rilling en staat het kippenvel op haar arm na de laatste woorden van Mary.

Alsof ze er nooit waren, denkt ze. Dat ken ik.

“Eerlijk?” zegt Mary. “Het is best freaky. Maar ook wel gaaf.”

Theresa kijkt naar Angel op het scherm en hoort zichzelf zeggen:

“Oké. Ik ga het nu doen.”

“Ik ook”, zegt Angel. “Bellen we zo weer?”

Ze hangen op.

Theresa’s hand rust op het tafelblad. Het hout glad, doorleefd alsof elke poetsbeweging een gebed was.

Ze ademt in. Uit.

Haar blik valt op Angel’s schilderij: al die kleuren, als stemmen die niet op hun beurt wachten.

Het besluit zakt in haar langzaam, onomkeerbaar.

Ze blijft nog even zitten. De kamer lijkt stiller dan daarvoor.

Ze zet haar theekop precies op het onderzettertje, in de kring die al in het hout gebrand staat. Soms baalt ze van de controle die ze wil hebben, maar de kop naast de kring zetten zou niet goed voelen.

Dan opent ze de link.

De interface is grijs. Kaal. Zakelijk. Geen welkom, geen muziek.

Alleen stilte — en in die stilte de belofte van iets dat niet teruggedraaid kan worden.

GRACE v0.9 | neural inject | invite‑release

De woorden glanzen koel op het scherm.

Een kille helderheid vult haar hoofd — als ijskristallen die zich hechten aan haar gedachten.

Ze hoort Angel’s stem van eerder: Niet doen als je twijfelt. Twijfel is meestal gelijk.

Ze aarzelt.

Maar Mary heeft het gedaan.

Mary, die altijd alles goed doet.

Ze drukt.

Een flits achter haar ogen. Warmte. Een tinteling, alsof iets zich door haar bloed verplaatst.

GRACE BETA v0.9 — ACTIEF

Welcome, Theresa.

500

[SOCIAL CALIBRATION PENDING ACTIVATION]

Confirm installation with thought



Een stip pulseert in het midden van haar zicht.

Bevestig met gedachte.

Ze denkt het woord. Bevestigen.

De stip verdwijnt.

GRACE observes



Een contract schuift over haar blik. De letters zakelijk, bijna medisch.

Uitschakeling is niet mogelijk. Verwijdering is technisch niet voorzien.

Ze probeert te glimlachen. “Het is maar tekst,” zegt ze.

De kat zwaait onvermoeibaar. Tik. Tik. Tik.

“Mary heeft het ook gedaan,” fluistert ze. Alsof ze het voor haar zichzelf rechtvaardigt.

Ze denkt "Ik begrijp wat GRACE van mij vraagt en verwacht"

Een raster flitst over de kamer, langs het schilderij, over de kat, over haar handen.

De wereld blijft dezelfde, maar voelt natter, dunner, alsof iets meekijkt door het raam.

Dan trilt haar tablet opnieuw. Mary en Angel.

“Is dit het nou?” zegt Theresa. “Die interface lijkt echt uit 1998 te komen.”

Mary lacht. “Ja toch? Ik dacht ook: waar zijn de kleuren gebleven?”

“Misschien ziet het er alleen in het begin zo uit?”

“Zal wel. Vast nog een beta.”

“Jep. Echt superlelijk,” zegt Angel.

Dan valt ze stil.

Theresa merkt het als eerste.

“Huh? Heb jij het wel gedaan?”

Mary schuift iets naar voren. “Je zei van wel.”

Angel glimlacht,te snel, schuldig. “…Niet helemaal.”

“Waarom dan niet?” vraagt Theresa.

Angel haalt haar schouders op, luchtig, maar haar ogen verraden iets donkers.

“Het voelde ineens alsof ik een pact met de duivel sloot. En sorry dames, maar ik heb nog geen outfit voor m’n damnation day.”

Mary kijkt haar onderzoekend aan. “Maar… wat bedoel je? Je zei dat het je aan iets deed denken?”

Angel glimlacht. “Lang verhaal. Rare shit. Je weet wel.”

Dan, met een grijns: “Ik ben gewoon je typische drama queen met een achterdochtig brein.”

Theresa rolt met haar ogen. “Je bedoelt: je bent bang.”

Het scherm vervaagt langzaam naar donker.

Theresa blijft bij het raam zitten, haar thee koud, de verwarming nog steeds op 21.

Buiten is het opgehouden met regenen; de lucht glanst in natte stroken over de straat.

“Nu hoor ik er ook bij,” zegt ze zacht.

Ze zoekt met haar ogen weer de kamer af, de plant, het schilderij, de kat, het kruisje. en bovenin haar zichtveld: Theresa M - 500. Er is iets nieuws in haar blikveld, en het voelt goed.