Gearchiveerde visualisatie van  uit 2024. Dossier status: Theresa (2024) // Asset Log

GRACE OBSERVES

GRACE neural log entries

11 maart 2024

//_GRACE-ASSET_D85135E//UNDEFINED

Buiten is de lucht zwaar, geladen met regen.

Als Theresa om zich heen kijkt, ziet ze dat de campus glimt. “Rein” denkt ze.

Ze kijkt om zich heen, zoekt anderen met zichtbare scores, iets.

Maar boven elk hoofd dat ze passeert zweeft hetzelfde label:

[UNIDENTIFIED PERSON]

Een meisje met een rugzak. Grijs.

Een man met een koptelefoon. Grijs.

Zelfs de docent Engels ooit een van de meest kleurrijke leraren is nu een grijs kader met randen van ruis.

Iedereen ongedefinieerd.

Alsof de wereld niet volledig wordt ingeladen.

Alleen zij heeft een naam.

Theresa M. — 500.

Haar keel trekt samen.

Wat is dit waard? Hoe kan ik ergens bijhoren met niemand anders?

“Reset,” fluistert ze.

Dan harder: “Abort.”

Nog harder, haar stem krakend: “Cancel, verdomme!”

Enkele hoofden draaien, of lijken dat te doen, maar de bewegingen zijn stroperig alsof het beeld hapert.

Ze keert zich om, loopt snel weg.

Te snel.

In het glas van een raam vangt ze haar eigen reflectie. En denkt ze iemand anders te zien. Dan beseft ze dat het gewoon zij is met dat getal dat haar als een merkteken volgt.

Theresa M. — 500.

Ze staart ernaar.

De initialen lijken te branden in het midden van haar zicht, als een teken dat ze nooit meer zal kunnen wissen.

Theresa M. Geen achternaam. Alleen die letter, gebrand als een merkteken in haar zichtveld alsof zij een crimineel is.

Ze probeert haar blik weg te trekken, maar het blijft hangen.

Dan een flits.

Een fel licht achter haar ogen.

Het beeld versplintert in witte lijnen.

ERROR: CONNECTIVITY INTERRUPTION (CODE G-Δ245) SYNCHRONISATION RESTARTED — WAIT PLEASE

De letters trillen, rekken uit.

En dan wordt alles zwart.

Niet donker.

Zwart.

Geen licht, geen geluid, alleen haar adem, snel, schokkend.

“Hallo?”

Geen echo. Geen antwoord.

Ze voelt haar hartslag bonken in haar keel, alsof het enige levende ding in haar nog probeert te bewijzen dat ze bestaat.

Drie seconden.

Vijf.

Zeven.

De tijd rekt zich uit tot iets onmenselijks.

Ze knijpt haar ogen dicht, maar het maakt geen verschil. Alles is dicht.

Tien. Twaalf. Veertien seconden.

Dan, in de duisternis een geluid.

Eerst laag, ver weg, als een zoem.

En plots: tekst.

Zwart op grijs, zoals ze gewend is.

Honderden regels die razendsnel door haar blikveld rollen, als een oud systeem dat zichzelf probeert te herinneren wie het is.

GRACE KERNEL v0.9.12 — SYSTEM REBOOT INIT_CORE > OK LOAD_MODULE [SOCIAL_CALIBRATION] — PASS LOAD_MODULE [PSYCHOLOGICAL MODEL] — INTEGRITY CHECK… FAIL (LINE 237) RETRY… RETRY… RETRY… REBUILD CACHE /HUMAN/ASSOCIATIONS… 98%… 99%… LOAD_INTERFACE /VISUAL… OK LOAD_INTERFACE /AUDITORY… OK LOAD_INTERFACE /SENSORY_OVERRIDE… ENABLED GRACE SELF-DIAGNOSTIC COMPLETE SYSTEM STABLE: FALSE

De regels blijven komen, tientallen per seconde.

Ze begrijpt niets van wat ze ziet, maar het vult haar hoofd als een gebed in een taal die niemand meer spreekt.

Dan verdwijnt het.

Licht keert terug.

Te fel, te scherp.

De wereld schiet in focus of wat daarvan over is.

Het beeld blijft stabiel, haar is wereld hersteld maar voelt uit balans.

Ze ademt onregelmatig, alsof zelfs dat door GRACE opnieuw moet worden toegestaan.

Haar handen trillerig, tastbaar bewijs dat ze er nog is. En beseft: de duisternis was eerlijker dan dit.

Ze blijft staan.

Denkt: Als ik nu huil, ziet het systeem dat dan?

Of gaat het stuk van tranen?

Is er eigenlijk garantie?

De absurditeit doet haar lachen, maar het voelt als een elektrische storing.

Thuis kookt het water.

De stoom kringelt omhoog, tast de muren af als iets levends.

De theekop — het porselein met de lijmnaad, haar kleine overwinning op breekbaarheid — staat precies in het midden van de kring op het hout.

Ze verschuift hem één millimeter.

Wacht.

Nog één.

Nog één.

Het getal blijft 500.

Altijd 500.

De adem stokt.

Dan, zonder echt te beslissen, gooit ze het kopje.

Niet hard, maar precies genoeg.

Het breekt open als een nota die eindelijk uitgesproken wordt.

Ze schrikt van haar eigen reactie, voelt een traan over haar wang rollen.

GRACE geeft geen teken van leven; tranen hebben geen effect.

Het kopje is gebroken op de scheur die ze zo vaak had gevoeld. Klinisch.

Ze hurkt neer, raapt de scherven op, haar vingers rood van een dunne snede.

Geen melding. Geen reactie.

GRACE lijkt geen aandacht te schenken aan haar lichamelijke toestand.

Misschien, denkt ze, is dat wat GRACE wil.

Breken om te meten.

Ze legt de stukken neer, symmetrisch, alsof ze deel uitmaken van een ritueel.

Buiten valt de regen zacht.

De kat tikt weer met zijn poot tegen het kastje. Tik. Tik. Tik.

En in haar blikveld, onveranderlijk als een gebed dat niemand meer hoort:

Theresa M. — 500.

Haar handen trillen nog als ze haar telefoon pakt.

Het scherm licht koud op, vertrouwd in zijn eenvoud.

Geen GRACE, geen systeemtekst — gewoon meldingen, icoontjes, tijd.

Menselijke dingen.

Ze opent WhatsApp.

Scrolt.

Mary.

Theresa: ben jij er?

Theresa: ik had net een reboot of zo

Theresa: alles zwart, toen code, echt eng

Theresa: mary?

Ze kijkt naar het scherm.

Twee grijze vinkjes.

Geen blauw.

Theresa: ik meen het, het voelde niet als een bug

Nog steeds niets.

De stilte van dat scherm is nog erger dan die van GRACE.

Ze ziet zichzelf weerspiegeld in het glas — haar ogen schichtig, het getal rechtsboven nog altijd daar.

Ze belt.

Een toon. Twee.

Voicemail.

Ze verbreekt de verbinding.

Even wil ze het toestel gewoon kapotgooien.

Dan scrolt ze verder. Angel.

Ze drukt op “bellen”.

Na drie piepjes klinkt een stem, helder en geamuseerd.

“Oké, ik luister,” zegt ze meteen. “Wat heb ik nu weer gedaan?”

“Je gelooft me niet,” zegt Theresa. “Alles viel uit. Donker. Alleen code, allemaal regels, dingen over modules en calibratie, en toen”

“waar heb je het in godsnaam over?” vroeg Angel. Theresa vervolgt zonder antwoord te geven haar verhaal. “en toen”

“en toen dacht jij: dit is het einde van de mensheid.”

Angel’s lach is scherp maar niet gemeen. “T, ik ga ervan uit dat je het over GRACE hebt, je moet dit niet zo serieus nemen. Het ding is amper uit de testfase. Ik heb vandaag drie schilderijen gemaakt met dat getal in mijn blikveld. Angel D — 500. Ik vind het eerlijk gezegd prachtig.”

“Schilderijen?”

“Ja. Abstract, allemaal grijs en wit. Alsof GRACE me mijn eigen vervaging laat zien. Ik noem het Interface Studies.”

Theresa hoort hoe ze een sigaret opsteekt. “Misschien is het wel de bedoeling, weet je? Dat we leren kijken zonder context. Pure waarneming.”

Theresa weet niet of ze moet zuchten of lachen.

“Jij vindt zelfs in een systeemfout nog inspiratie.”

“Precies! Jij krijgt paniekaanvallen, ik krijg kunst. We vullen elkaar goed aan.”

“Je klinkt als een testimonial,” zegt Theresa.

Angel lacht een korte, schampere klank die overgaat in een giechel.

“Kom op, T, het is toch briljant? Je draagt een implant die je een getal laat zien, en jij maakt je druk omdat er niet gebeurt. Misschien is dat de test.”

“De test?”

“Ja. Wie als eerste iets doet, verliest, een digitale staredown met GRACE”

Het blijft even stil aan Theresa’s kant.

Dan ontsnapt haar een kleine lach.

Half uit nervositeit, half omdat Angel’s absurditeit besmettelijk is.

“Serieus, ik dacht echt dat ik dood ging of tenminste blind was geworden,” zegt ze, terwijl ze probeert haar adem te beheersen. “Alles was zwart, en toen kwam er zo’n tekst: system stable: false.”

“Dat is letterlijk mijn levensmotto,” zegt Angel droog.

Theresa proest het uit.

Eerst een schokje, dan oncontroleerbaar. Ze voelt haar schouders trillen, haar buik samenkrampen.

“Niet doen,” zegt Angel, giechelend nu ook. “Ik probeer diepzinnig te zijn hier.”

Maar Theresa kan niet meer. Ze buigt voorover, de tranen in haar ogen, lacht tot haar stem overslaat.

“System stable: false!” herhaalt ze hijgend. “Dat is zó erg!”

Ze lachen door.

Tot het stil wordt.

Een goede stilte, even.

“Dank je,” zegt Theresa uiteindelijk, schor.

“Waarvoor?”

“Voor… normaal doen.”

Het gesprek eindigt in lichtheid.

Toch, wanneer Theresa haar telefoon neerlegt, merkt ze dat haar score niet is veranderd.

500. Altijd 500.

Ze kijkt ernaar en glimlacht nog erom, vermoeid.

Dan verdwijnt de lach langzaam, alsof ook die door GRACE wordt gekalibreerd.

Haar telefoon trilt

Mary.

Mary: Ha T, alles goed? Maak je geen zorgen, gebeurde mij ook. Het is een beta-software, gaat echt wel over.

Mary: Ben bij mijn oom en tante, had ik toch gezegd? Slecht bereik dit weekend.

Mary: Echt lieverd, niet druk maken hoor. Komt goed. Zie je snel. xoxo

Theresa leest de berichten één voor één.

Ze glimlacht weer, uit automatisme.

De woorden voelen warm. Ze is thuis.

Ze kijkt op.

Buiten tikt de regen door.

In haar blikveld, onveranderlijk:

Theresa M. — 500.